Techniek

Zo moet je je dartpijl gooien voor hoge scores

Wil je beter worden met darten? Dan is het belangrijk dat je de techniek van het werpen onder de knie krijgt. Maar hoe moet je precies gooien met darten? In dit artikel lees je hoe je je darts als een professional naar het dartbord laat vliegen.

Hoe gooien met darten?

Bij het gooien van goede darts begint alles bij de juiste houding en grip. Daarna is het tijd om het vizier op het dartbord te richten. Maar hoe moet je een dartpijl gooien?

Het gooien van een dartpijl bestaat uit drie bewegingen: het richten, terugtrekken, versnellen en doorzwaaien.

1. Richten

Houd de dartpijl vast op ooghoogte en zorg dat de schouders en onderarm een hoek van 90 graden vormen. De bovenarm van je werparm houd je parallel aan de grond.

Concentreer je op je doelwit en zorg dat je oog, dartpijl en doelwit op één lijn staan.

2. Achterwaarts

Om de pijl genoeg kracht te geven en hem in een parabolische curve te laten vliegen, is het belangrijk om een achterwaartse beweging te maken. Hierbij beweeg je de dartpijl vanuit de startpositie naar je dominante oog. Wat je dominante oog is, lees je in het kader onder dit artikel.

Zorg ervoor dat je bij de achterwaartse beweging alleen je onderarm beweegt. Je schouder en elleboog blijven dus in positie.

In hoe ver je de pijl moet terugtrekken, bestaat er geen goed of fout. Maar over het algemeen wordt het aangeraden om de dartpijl vrij ver terug te halen; tot hij je lichaam net niet raakt. Breng de pijl naar je kin of wang om te voorkomen dat de flight je ogen of neus raakt.

Meer van dit soort darttips in je mailbox? Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief:

3. Versnellen

Daarna is het tijd voor een snelle, voorwaartse beweging. Gooi alsof je een papieren vliegtuigje werpt en probeer je vingers tegelijk los te laten.

Alleen je pols, onderarm en elleboog mogen bewegen. De rest van je lichaam houd je stil.

4. Doorzwaaien

Na het loslaten van de pijlen is het belangrijk dat je werparm doorzwaait. Dit wordt ook wel de follow through-beweging genoemd. Het is een beweging waarbij je je arm direct na het loslaten uitstrekt.

Het is een veelgemaakte fout om de beweging te stoppen vlak nadat de pijl is losgelaten. Hierdoor begint het afremmen van je beweging al vóór of tijdens het loslaten, wat de nauwkeurigheid niet ten goede komt. Zorg dus dat je arm altijd goed doorzwaait.

Dartpijl gooien als een professional

Om nog beter te begrijpen hoe je met darten moet gooien, gaan we in op de vlucht van een dartpijl. Zoals de onderstaande afbeelding illustreert, reizen ze langs een parabolische curve.

Die curve kan hoger of lager zijn; het hangt af van hoe krachtig de pijl wordt gegooid. Bij een goede werptechniek leid je de dart precies langs deze parabolische curve. Maar hoe doe je dat?

Om dit voor elkaar te krijgen, is het essentieel dat je de werparm op de juiste manier beweegt. Die laat zich omschrijven als een ‘machine’ van drie hendels. Die hendels zijn de schouder, elleboog en pols.

In de onderstaande animatie zie je hoe de ‘hendels’ werken bij een nette darttechniek, waarbij de dart precies op de curve blijft.

Schouder

Zoals je in de animatie kunt zien, is de schouder het enige gewricht waarbij de positie niet verandert. Van de achterwaartse beweging tot het loslaten; je houdt de schouder voortdurend op dezelfde plek.

Elleboog

Vaak lees je dat je de elleboog in positie moet houden tijdens het gooien. Dit is eigenlijk onjuist. Door de elleboog op precies dezelfde plek te houden, word je gedwongen om de pijl eerder los te laten, wat ongunstig is voor de nauwkeurigheid.

Een betere manier is het om de elleboog vlak voor het loslaten voorzichtig te liften. Zo begeleid je de pijl langer en behoud je zijn parabolische curve. Dit klinkt overigens ingewikkelder dan het is; de meeste darters doen dit van nature al.

Pols

Waar de meningen meer over verdeeld zijn, is het derde gewricht: de pols. Sommige professionele darters ‘knappen’ met hun pols bij het gooien. Hierdoor versnelt de pijl en kun je andere delen van het hefboomsysteem langzamer bewegen, waardoor je minder kracht uitoefent op je worp. Dit zou de nauwkeurigheid verbeteren.

Maar: het is wel moeilijk om dit goed onder controle te krijgen. Bovendien is het nog een extra hefboom dat moet worden gecontroleerd, en dus nog een extra bron voor fouten. Voor beginners is het in ieder geval aan te bevelen om het ‘knappen’ achterwege te laten, tenzij je het al beheerst.

Punt naar boven

Bij het loslaten zorg je dat de dart de curve volgt. Hierbij moet de punt van de pijl iets naar boven wijzen. Deze hoek wordt vergroot in de achterwaartse beweging, en neemt dan gestaag af bij het versnellen. Wanneer je de pijl loslaat, is deze bijna horizontaal, maar wijst hij nog steeds een beetje naar boven.

Doe je dit niet, dan ondervindt de dartpijl extra weerstand en is het bijna onmogelijk om nauwkeurig te gooien. De kans is groot dat hij tijdens de vlucht wiebelt.

Dominante oog

De sleutel tot nauwkeurig gooien is het hebben van een goede hand-oogcoördinatie. Om dit goed te doen, breng je de dartpijl vóór het gooien naar je dominante oog. Hierbij zorg je dat je oog, dartpijl en doelwit in één lijn staan.

Net als dat we links- of rechtshandig zijn, hebben we ook een voorkeursoog. Dit wordt vaak het dominante oog genoemd. Voor de meeste mensen geldt dat als je rechtshandig bent, je rechteroog dominant is. Bij een linkshandige is de linkeroog meestal dominant.

Met je dominante oog ben je beter in staat om de positie van het doelwit te bepalen. Daarom is het belangrijk dat je vooral je dominante oog gebruikt bij het mikken.

Om te achterhalen wat je dominante oog is, bestaat er een simpel trucje:

  • Vorm met je duim en wijsvinger een cirkel.
  • Strek je arm voor je uit en kijk met beide ogen door de cirkel. Kijk naar een klein voorwerp verderop.
  • Knijp je linkeroog dicht en kijk door de cirkel.
  • Knijp je rechteroog dicht en kijk door de cirkel.
  • Door welk oog zag je het voorwerp in de cirkel? Dit is je dominante oog.

Je dominante oog is dus het oog waar je je dartpijl voor plaatst bij het mikken. Maar let op: dit betekent niet dat je het andere oog moet sluiten. Dit oog is nog steeds nodig voor dieptewaarneming. Het betekent gewoon dat je dominante oog de weg moet wijzen.

Zo, nu ben je klaar om je pijlen te gooien.

Lees ook de volgende artikelen:

Schrijf een reactie